Toelichting Reglement


Wijzigingen in het Reglement worden veelal voorzien van een toelichting. Hieronder staan de toelichtingen bij een aantal relevante wijzigingen, die inmiddels in het reglement zijn doorgevoerd, voor de goede orde vermeld.

Toelichting op artikel 21 – Inschakeling van deskundigen

Algemeen
De beoordeling van klachten door de Codecommissie en de Commissie van Beroep vergt vaak specialistische kennis. Ondanks het feit dat in de Codecommissie kennis uit en van het veld is vertegenwoordigd, kan er behoefte bestaan aan specifieke inhoudelijke kennis die relevant is voor een concrete zaak. Deze lacune kan worden opgevuld door de mogelijkheid te openen om deskundigen aan te wijzen, die specifieke vragen omtrent waardering van bewijs kunnen beantwoorden.

Toelichting op artikel 21 lid 1
Het komt regelmatig voor dat voor beantwoording van (deel)vragen zeer specialistische kennis noodzakelijk is. Partijen komen in veel gevallen met eigen (deskundigen)verklaringen, die elkaar (op onderdelen) tegenspreken. In dergelijke gevallen kan het aangewezen zijn om een onafhankelijke deskundige derde in te schakelen. Lid 1 maakt duidelijk dat de Codecommissie ook zonder dat één van de partijen daarom verzoekt, een getuige of deskundige kan benoemen. Ook een van de partijen kan een verzoek daartoe indienen. De Codecommissie heeft niet de verplichting om dat verzoek in te willigen.

Toelichting op artikel 21 lid 3
Een deskundige zal vaak worden benoemd wanneer er discussie bestaat over een of meer specifieke, medisch inhoudelijke vragen, voor de beantwoording waarvan specialistische kennis noodzakelijk is. De Codecommissie is vrij om te bepalen welke vraag of vragen hij aan de deskundige voorlegt, maar kan, als hij daartoe aanleiding ziet, partijen raadplegen.

Toelichting op artikel 21 lid 4
De Codecommissie stuurt het advies van de deskundige aan partijen toe, die de gelegenheid zullen krijgen om binnen redelijke termijn zich hierover uit te laten. De Codecommissie is echter vrij in zijn waardering van het advies van de deskundige, het advies van de deskundige bindt de Codecommissie niet.

Toelichting op artikel 21 lid 7
De deskundige zal een vergoeding ontvangen voor zijn of haar werkzaamheden. De basis voor deze vergoeding is een overeenkomst van opdracht. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald door de Codecommissie. Uitgangspunt daarbij is dat de kosten redelijk moeten zijn, ook in relatie tot de vacatiegelden die leden van de Codecommissie zelf ontvangen. Uitgangspunt is voorts dat de kosten van inschakeling van deskundigen in beginsel worden aangemerkt als procedurekosten.

Toelichting op artikel 64
Het bepaalde in dit artikel vormt geen beletsel voor de CGR om aan de informatieverplichting te voldoen die is opgenomen in de procedureafspraken tussen accrediterende instellingen en de CGR .
Dit artikel vormt geen hindernis voor de CGR om aan de informatieverplichting jegens de accrediterende instellingen te voldoen.

Toelichting op de de artikelen 76 t/m 81 - Melding van serieuze signalen

Algemeen
Binnen de huidige opzet van de CGR vindt het repressieve toezicht van de Codecommissie op naleving van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame plaats door de behandeling van klachten. Deze klachten kunnen door iedereen bij de Codecommissie worden ingediend. Gevolg van het indienen van een klacht is dat de klager formeel partij in de klachtenprocedure wordt. Dit brengt onder meer met zich mee dat diens identiteit bekend wordt bij de Codecommissie, de wederpartij, alsook bij degenen die aanwezig zijn op de openbare, mondelinge behandeling van de zaak en degenen die kennis nemen van de schriftelijke uitspraak van de Codecommissie. Het Bestuur van de CGR is zich ervan bewust dat deze gang van zaken onder bepaalde omstandigheden een drempel kan opwerpen voor betrokkenen om over te gaan tot het indienen van een klacht.

Het Bestuur hecht groot belang aan naleving van de Gedragscode en derhalve aan de behandeling van (vermeende) overtredingen door de Codecommissie. Om die reden heeft het Bestuur besloten om naast de gangbare klachtenprocedure de mogelijkheid te bieden  om serieuze signalen vanuit het veld te behandelen op zodanige wijze, dat voormelde bezwaren worden ondervangen. Aan de melding en behandeling van serieuze signalen zijn geen kosten verbonden

Met het instellen van de nieuwe mogelijkheid tot behandeling van meldingen tracht de CGR de naleving van de Code nog meer te bevorderen. De nieuwe mogelijkheid geldt in aanvulling op de reeds bestaande mogelijkheid tot het indienen van klachten en is met name bedoeld om de behandeling van zaken te faciliteren, die anders niet bij de CGR bekend zouden worden. Daarbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan veldpartijen, die nadelige gevolgen zouden kunnen ondervinden van het feit dat zij formeel als klager bij de CGR moeten optreden. Het ligt voor de hand dat de procedure zal worden gebruikt door individuele personen, zoals beroepsbeoefenaren, hoewel niet uitgesloten is dat ook een vergunninghouder gebruik wenst te maken van de meldingsprocedure.

Toelichting op artikel 76
De procedure is bedoeld voor serieuze meldingen; voorkomen moet worden dat de procedure op oneigenlijke wijze wordt gebruikt voor het “pesten” van collega-beroepsbeoefenaren of concurrenten. Het Secretariaat van de CGR moet in de gelegenheid worden gesteld op praktische, efficiënte wijze onderzoek te kunnen doen naar de melding. Aan de melder wordt derhalve verzocht de vermeende overtreding van de Gedragscode zo volledig mogelijk te omschrijven en de melding te voorzien van documentatie en bewijsmateriaal. Te vage meldingen zullen door het secretariaat niet kunnen worden behandeld. Vermelding van naam en contactgegevens is noodzakelijk omdat het Secretariaat in de mogelijkheid moet zijn te communiceren met de melder. In het verlengde hiervan zullen anonieme meldingen niet in behandeling worden genomen.

Toelichting op artikel 77
Binnen de opzet van het systeem zal uitsluitend het Secretariaat bekend zijn met de identiteit van de melder. In de communicatie met de overige betrokkenen zal de identiteit van de melder niet bekend worden gemaakt. Voor zover dit relevant is voor de besluitvorming van het Bestuur kan in het kader van artikel 79 lid 2 onder omstandigheden wel informatie door het Secretariaat worden verstrekt over de achtergrond van de melder.

Toelichting op artikel 78
Het Secretariaat is bevoegd zelf nader onderzoek te doen naar de feiten, die in de melding naar voren zijn gebracht. Nadrukkelijk zij vermeldt dat de CGR geen opsporingsbevoegdheden heeft en derhalve afhankelijk is van medewerking van de melder en eventuele overige partijen.

Toelichting op artikel 79
Over de vraag of een zaak in aanmerking komt voor behandeling langs de weg van de meldprocedure, beslist het Secretariaat. Indien het Secretariaat van mening is dat er onvoldoende aanleiding is de melding door te leiden naar het Bestuur, wordt de melder hiervan in kennis gesteld. Een en ander laat onverlet de mogelijkheid voor de melder alsnog zelf een klacht in te dienen bij de Codecommissie.

Toelichting op artikel 80
Het ligt het meest voor de hand dat het Bestuur, indien het besluit een melding voor te leggen aan de Codecommissie, dit zal doen in de vorm van een klacht. Dit is immers de meest aangewezen procedure voor de behandeling van reeds gepleegde overtredingen. Onder omstandigheden kan het echter denkbaar zijn dat de betreffende casus zich meer leent tot het indienen van een adviesaanvraag. Dit is beleidsvrijheid van het Bestuur. Indien het Bestuur besluit tot indienen van een klacht, zijn de bepalingen ten aanzien van de behandeling van klachten in een bodemprocedure dan wel van de procedure in geding (artikel 12 e.v.) onverkort van kracht.