Beslissing 19 juli 2010   
B10.001/10.02

BESLISSING VAN DE COMMISSIE VAN BEROEP VAN DE STICHTING CODE  GENEESMIDDELENRECLAME

In de zaak van:

de besloten vennootschap VEDAX INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verzoekster in beroep,

tegen:

de besloten vennootschap INC AGENCY B.V.,
gevestigd te Loosdrecht,
verweerster in beroep,
advocaat mr. A.E. van Zoest te Amsterdam,

met betrekking tot een klacht inzake uitingen van Vedax International B.V. voor het product VedaX Anti-Aging Formule OPC.

Partijen zullen verder worden genoemd Vedax en INC.


1. HET GEDING IN BEROEP

1.1 Bij brief van 14 juni 2010, ingekomen op 15 juni 2010, is Vedax bij de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelen Reclame (verder te noemen: de Commissie van Beroep) in beroep gekomen van een beslissing van de Codecommissie KOAG/KAG (Kamer II) (verder te noemen: de Codecommissie KOAG/KAG) van 24 mei 2010, gegeven onder nummer K10.001 tussen INC als klaagster en Vedax als verweerster. Vedax heeft daarbij een aantal grieven tegen voormelde beslissing aangevoerd.

1.2 Bij brief van 22 juni 2010 heeft de Commissie van Beroep INC in de gelegenheid gesteld uitsluitend met betrekking tot de ontvankelijkheid van het beroepschrift haar standpunt kenbaar te maken.

1.3 Bij brief van 3 juli 2010 heeft mr. Van Zoest namens INC de Commissie van Beroep bericht zich op het standpunt te stellen dat Vedax wegens termijnoverschrijding in haar beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

1.4 De overgelegde stukken van de eerste aanleg en van die in beroep worden als hier ingelast beschouwd.


2. DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET BEROEP

2.1 De Commissie van Beroep zal de ontvankelijkheid van het beroep tegen de beslissing van de Codecommissie KOAG/KAG (Kamer II) beoordelen. Beide partijen hebben hun zienswijze met betrekking tot de ontvankelijkheid bij brief en/of e-mail kenbaar gemaakt. Onder deze omstandigheden volstaat de Commissie van Beroep met een schriftelijke afdoening van het geding.

2.2 Voor zover thans van belang luidt het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep van de Stichting CGR (verder: het Reglement) als volgt:

“42.1 Partijen kunnen tegen uitspraken van zowel Kamer I als Kamer II van de Codecommissie in beroep komen. 
(..)
43. Het beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van drie (3) weken na dagtekening van de schriftelijke uitspraak als bedoeld in artikel 23 lid 3 respectievelijk, in geval van een uitspraak van de Codecommissie in kort geding, binnen twee (2) weken na dagtekening van de schriftelijke uitspraak als bedoeld in artikel 36.2.”

De beslissing van de Codecommissie KOAG/KAG waartegen het beroep zich richt is gedagtekend (maandag) 24 mei 2010. Het beroep is ingesteld per datum ontvangst van de aan de Commissie van Beroep gerichte brief op het secretariaat van de Codecommissie op (dinsdag) 15 juni 2010. Aldus is het beroep ingesteld buiten de in artikel 43 van het Reglement genoemde termijn van drie weken en derhalve te laat. De uiterste dag waarop het beroep tijdig had kunnen worden ingesteld was maandag 14 juni 2010. Het feit dat de dag van dagtekening van de beslissing in eerste aanleg tweede Pinksterdag was maakt het vorenstaande niet anders. Ook bij toepassing - naar analogie - van de systematiek van de Algemene Termijnenwet leidt de omstandigheid dat de eerste dag van een termijn op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag begint niet tot een verlenging van die termijn. Slechts indien een termijn op een dergelijk dag eindigt wordt deze verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is, maar een dergelijke situatie doet zich hier niet voor.

2.3 Ter zitting van de Codecommissie KOAG/KAG van 9 april 2010 werd Vedax  vertegenwoordigd door de heer X en de heer Y van AM International Tesla AG. Bij brief van 7 juni 2010 heeft de heer Y de CGR bericht dat hij Vedax heeft geadviseerd “bezwaar te maken tegen de uitspraak van de commissie en de daaraan verbonden kosten.” Naar aanleiding van het door het secretariaat van de Codecommissie en de Commissie van Beroep vanwege de mogelijke termijnoverschrijding met Vedax opgenomen contact heeft de heer X bij e-mail van 17 juni 2010 gewezen op voornoemde brief van de heer Y en verzocht het beroep in behandeling te nemen. De Commissie van Beroep overweegt hierover dat de brief van de heer Y (met naam en beeldmerk van AM International Tesla AG) niet kan worden aangemerkt als een geschrift houdende een door een van partijen ingesteld beroep nu niet is gebleken dat door Vedax aan AM International Tesla AG een procesvolmacht is verstrekt en de brief overigens niet méér inhoudt dan het advies aan Vedax om tegen de uitspraak bezwaar te maken. Vedax heeft (onder meer) via de website van de CGR kennis kunnen nemen van het Reglement en de daarin genoemde termijnen voor het instellen van beroep. Mede gelet daarop komt de omstandigheid dat de heer X in de onjuiste veronderstelling verkeerde dat de beroepstermijn zes weken bedroeg, zoals hij in zijn e-mail van 17 juni 2010 heeft vermeld, voor risico van Vedax.

2.4 Zoals hiervoor is overwogen is het beroep niet binnen de bij het Reglement bepaalde termijn ingediend. Vedax zal daarom in haar beroep niet-ontvankelijk worden verklaard en in de kosten van het beroep worden veroordeeld, zijnde een bedrag van € 3.100,00 (exclusief BTW) voor het indienen van het beroep (artikel 45 aanhef en onder a. van het Reglement). De Commissie van Beroep komt niet toe aan de beoordeling van de vraag of Vedax in strijd heeft gehandeld met de Gedragscode. Zij acht geen gronden aanwezig voor een veroordeling van Vedax in de procedurekosten zoals bedoeld in artikel 28.1 jo. artikel 54 van het Reglement.


3. DE BESLISSING

de Commissie van Beroep:

verklaart Vedax niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde beroep;

veroordeelt Vedax in de kosten van het beroep en veroordeelt Vedax mitsdien tot betaling van een bedrag van € 3.100,00 (exclusief BTW) voor het indienen van het beroep.


Deze beslissing is gegeven op 19 juli 2010 door mr. J.C. Fasseur-van Santen, voorzitter,
mr. E.J. van Sandick en mr. C.H.M. van Altena, leden, in tegenwoordigheid van S. van Rutten, griffier.