Introductie Gedragscode 

De Nederlandse regelgeving met betrekking tot geneesmiddelenreclame vindt zijn oorsprong in de uit 1992 stammende EU-Richtlijn inzake geneesmiddelenreclame (92/28). In 1994 is deze richtlijn als het Reclamebesluit Geneesmiddelen in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Parallel aan dit wetgevingstraject zijn alle bij de geneesmiddelenvoorziening betrokken partijen aan het werk gegaan om een vorm van zelfregulering op te zetten. Dit heeft geresulteerd in de totstandkoming van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame.

De Gedragscode Geneesmiddelenreclame heeft betrekking op de reclame voor geneesmiddelen gericht op de beroepsbeoefenaren. In deze Gedragscode zijn onder meer specifieke bepalingen terug te vinden omtrent mondelinge, schriftelijke en audiovisuele geneesmiddelenreclame. Daarnaast worden ook regels beschreven omtrent de te hanteren gastvrijheid bij congressen, symposia en andere bijeenkomsten, de regeling van premies, geschenken en andere voordelen en eisen die worden gesteld aan bepaalde vormen van onderzoek.

In de Gedragscode geneesmiddelenreclame is verder bepaald dat de Code voor de Publieksreclame voor Geneesmiddelen (CPG) integraal onderdeel uitmaakt van deze Gedragscode. In de CPG worden eisen gesteld aan de reclame voor (zelfzorg)geneesmiddelen die is gericht op het publiek. De Keuringsraad KOAG/KAG houdt in eerste instantie toezicht op de naleving van de CPG.

Zelfregulerend toezicht door de CGR betreft niet alleen de controle op de naleving van de wettelijke voorschriften, maar ook de interpretatie ervan en een nadere normering vanuit de dagelijkse praktijk. Omdat geneesmiddelenreclame van nature een dynamisch proces is moet ook de zelfregulering een open oog en oor houden voor nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen. Daartoe zal de CGR steeds bezien in hoeverre de nu uitgewerkte normstelling verdere aanpassing behoeft dan wel nieuwe normen moeten worden ontwikkeld.