Reglement

Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep
van de Stichting CGR

 

 I

ALGEMEEN 

Codecommissie 

 1 

De behandeling van klachten wegens niet naleving van het bepaalde in de Gedragscode geneesmiddelenreclame, hierna te noemen "Gedragscode", wordt opgedragen aan de Codecommissie van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (Stichting CGR), hierna te noemen "de Codecommissie". 

Commissie van Beroep

 2 

Van beslissingen van de Codecommissie kan door de in artikel 51 bedoelde betrokkene beroep worden ingesteld bij de Commissie van Beroep van de Stichting CGR, hierna te noemen "Commissie van Beroep". 

Secretariaat CGR 

 3 

Het secretariaat van de Codecommissie, hierna te noemen "Secretariaat", wordt gevoerd door een of meer door de Stichting CGR aan te wijzen onafhankelijke deskundigen, waaronder begrepen juristen. Het Secretariaat treedt tevens op als secretariaat van de Commissie van Beroep. 

Werkzaamheden Secretariaat 

 4 

Het Secretariaat is belast met de ontvangst van klachten, verzoeken en beroepschriften en verzorgt de correspondentie van de Codecommissie c.q. de Commissie van Beroep, draagt zorg voor het (doen) opstellen van verslagen van vergaderingen van de Codecommissie c.q. de Commissie van Beroep en belast zich met de overige secretariaatswerkzaamheden opgedragen door de Codecommissie c.q. de Commissie van Beroep. 

Werkzaamheden Secretariaat 

 5 

Het Secretariaat is belast met de ontvangst van klachten, verzoeken en beroepschriften en verzorgt de correspondentie van de Codecommissie c.q. de Commissie van Beroep, draagt zorg voor het (doen) opstellen van verslagen van vergaderingen van de Codecommissie c.q. de Commissie van Beroep en belast zich met de overige secretariaatswerkzaamheden opgedragen door de Codecommissie c.q. de Commissie van Beroep. 

Overige definities 

 6

De begripsbepalingen opgenomen in de Gedragscode, zijn eveneens van toepassing in dit Reglement. 

 

 II 

CODECOMMISSIE 

Twee kamers 

 6.1 

De Codecommissie kent twee kamers, te weten Kamer I en Kamer II. 

Competentie Kamer I 

 6.2

Kamer I is belast met het toezicht op en de behandeling van klachten over de naleving van de bepalingen van de Gedragscode, tenzij het gaat om reclame activiteiten gericht op het publiek. 

Competentie Kamer II 

 6.3

Kamer II is belast met het toezicht op en de behandeling van klachten over de naleving van de bepalingen van de Gedragscode, voor zover het gaat om reclame activiteiten gericht op het publiek. De werkzaamheden van Kamer II zijn ondergebracht bij de Stichting KOAG. 

Afwijking competentie 

 6.4

De voorzitter van een kamer kan gemotiveerd in individuele gevallen afwijken van de hierboven aangegeven taakverdeling. Daarbij kan de klacht of een onderdeel daarvan ter verdere behandeling doorverwezen worden naar de andere kamer. 

 

 

Voordracht en benoeming van leden van Kamer I 

Benoeming voorzitter(s) 

 7.1

Het bestuur van de Stichting CGR benoemt een of meerdere onafhankelijke juristen als (plaatsvervangend) voorzitter van Kamer 1. 

Voordracht en benoeming overige leden 

 7.2

De overige leden van Kamer 1 worden door het bestuur van de Stichting CGR benoemd en herbenoemd op voordracht van de organisaties die bij de Stichting zijn aangesloten c.q. een bestuurslid benoemen in de Stichting, waarbij het volgende geldt:

a.  de Vereniging KNMG draagt tenminste twee (2) - niet aan de farmaceutische industrie verbonden - artsen voor;
b.  de Vereniging KNMP draagt tenminste twee (2) - niet aan de farmaceutische industrie verbonden - apothekers, voor;
c.  de overige organisaties die bij de Stichting zijn aangesloten c.q. die een bestuurslid benoemen in die Stichting dragen ieder tenminste twee (2) personen, bij voorkeur met bestuurlijke ervaring binnen hun koepelorganisatie, voor. 

Duur van de benoeming 

 8.1 

Leden van Kamer 1 worden telkens voor drie jaar (3) benoemd. Zij zijn terstond voor een zelfde periode herbenoembaar. Een lid treedt in beginsel af op de laatste dag van de maand waarin hij de 70-jarige leeftijd heeft bereikt. 

Vacatures 

 8.2

In vacatures zal ten spoedigste worden voorzien. Een lid benoemd ter vervulling van een vacature, blijft aan voor de duur van de zittingsperiode van zijn voorganger. 

 

 

Voordracht en benoeming van leden van Kamer II 

Afspraken KOAG - CGR 

 9.1

Kamer II van de Codecommissie is samengesteld op dezelfde wijze als de Keuringsraad Openlijke Aanprijzing Geneesmiddelen (KOAG), overeenkomstig de tussen de Stichting KOAG en de Stichting CGR daaromtrent afzonderlijk vastgelegde afspraken. 

Benoeming door CGR bestuur bij einde afspraken 

 9.2

Indien de in het vorige lid bedoelde afspraken te eniger tijd een einde nemen, zal het bestuur van de Stichting CGR één of meerdere onafhankelijke juristen als (plaatsvervangend) voorzitter van Kamer II benoemen. De overige leden van Kamer II worden in dat geval overeenkomstig de volgende voordrachten door het bestuur van de Stichting CGR:
a. de Vereniging KNMG draagt tenminste twee (2) leden voor;
b. de Vereniging KNMP draagt tenminste twee (2) leden voor;
c. de Vereniging Neprofarm draagt tenminste twee (2) leden voor;
d. de Stichting CBD draagt tenminste twee (2) leden voor.
Daarnaast benoemt het bestuur van de Stichting CGR tenminste twee (2) leden, die geacht kunnen worden het vertrouwen te genieten van organisaties op het terrein van dagblad- en of krantenuitgeverijen en/of erkende advertentiebureaus. 

 

 9.3

Indien de leden van Kamer II worden benoemd overeenkomstig het vorige lid is het bepaalde in artikel 8 dienovereenkomstig van toepassing. 

 

 III

BEHANDELING VAN KLACHTEN DOOR KAMER I VAN DE CODECOMMISSIE  -  BODEMPROCEDURE 

 

 

Algemeen 

Indienen klacht 

 10.1 

De Codecommissie heeft tot taak kennis te nemen van en een oordeel uit te spreken over klachten die bij haar zijn ingediend met betrekking tot enigerlei handelen of nalaten in strijd met het bepaalde in de Gedragscode door vergunninghouders of hun artsenbezoekers of vertegenwoordigers, respectievelijk beroepsbeoefenaren. 

 

 10.2   

Een ieder kan klachten als boven bedoeld, mits duidelijk geformuleerd en zoveel mogelijk gestaafd met toelichtende documentatie, bij het Secretariaat indienen. De Stichting CGR stelt hiertoe een standaard klachtenformulier op. In ieder geval kan ook het bestuur van de Stichting CGR de Codecommissie verzoeken om een oordeel uit te spreken over een bepaalde reclame-uiting. 

Kosten indienen klacht
(griffiegeld)

 11.1  

De kosten voor het indienen van een klacht (zowel in conventie als in reconventie) bedragen:
a.  voor klachten ingediend door een vergunninghouder een bedrag van
€ 1.250,- (excl. BTW);
b.  voor klachten ingediend door rechtspersonen (zijnde niet-vergunninghouders) een bedrag van € 520,- (excl. BTW).

Aan het indienen van klachten door natuurlijke personen zijn geen kosten verbonden. 

 

 11.2

Deze bedragen kunnen door de Stichting CGR, al dan niet op voordracht van de Codecommissie, worden herzien. 

 

 

Behandeling van klachten 

Ontvangstbevestiging + voorleggen voorzitter 

 12

Van een bij het Secretariaat ingediende klacht wordt binnen twee (2) werkdagen een kennisgeving van ontvangst gezonden aan degene die de klacht heeft ingediend. Een dergelijke klacht wordt vervolgens binnen zeven (7) werkdagen daarna voorgelegd aan voorzitter van de Codecommissie. 

Klacht wordt niet in behandeling genomen 

 
 13.1In het geval bij de CGR respectievelijk de KOAG een klacht wordt ingediend of een serieus signaal wordt gemeld, behandelt de Codecommissie van de CGR respectievelijk de KOAG deze klacht of serieus signaal overeenkomstig het Reglement van de Codecommissie / Commissie van Beroep, tenzij de klacht of serieus signaal naar het oordeel van de CGR respectievelijk de KOAG niet kan worden beoordeeld zonder gebruikmaking van de wettelijke bevoegdheden van de inspectie. In dat geval leidt de CGR respectievelijk de KOAG de klacht door naar de inspectie. 
 

 13.2

De voorzitter van de Codecommissie kan aan haar voorgelegde klachten ter zijde leggen, indien hij van oordeel is, dat de desbetreffende klacht een zodanig karakter heeft, dat zij reeds op het eerste gezicht als ongegrond moet worden afgewezen of wel de klacht zodanig is, dat zelfs indien deze gegrond mocht lijken, het de Codecommissie, gezien het geringe belang, redelijkerwijze geen aanleiding zal geven tot het opleggen van een straf of een maatregel. De terzijdestelling zal aan degene die de klacht heeft ingediend schriftelijk en gemotiveerd worden medegedeeld. 

Behandeling van klachten 

 14.1 

Indien de voorzitter van de Codecommissie van oordeel is dat er aanleiding bestaat de klacht in behandeling te nemen, wijst het Secretariaat in overleg met de voorzitter de vijf (5) leden van de Codecommissie aan, die de onderhavige zaak zullen behandelen, waarbij de volgende samenstelling in acht moet worden genomen:
a.  één (1) lid kwalificeert als onafhankelijke jurist en voorzitter;
b.  één (1) lid kwalificeert als arts;
c.  één (1) lid kwalificeert als apotheker;
d.  twee (2) leden zijn afkomstig uit de groep leden van de Codecommissie, die is benoemd overeenkomstig artikel 7.2 sub c. 

Onpartijdigheid

 14.2

De aanwijzing van de leden voor de behandeling van een zaak geschiedt, rekening houdende met het karakter van zelfdiscipline van de Gedragscode, zodanig dat leden worden benoemd die geen persoonlijk en/of zakelijk belang hebben bij een aan de Codecommissie voorgelegde zaak of te wier aanzien feiten of omstandigheden bestaan waardoor, naar het oordeel van de voorzitter de onpartijdigheid van de Codecommissie onvoldoende zou zijn gewaarborgd.

Wraking

 14.3

Indien een der partijen van mening is dat de onpartijdigheid van de Codecommissie desondanks onvoldoende gewaarborgd is omdat een lid een persoonlijk en/of zakelijk belang bij de zaak heeft of te wier aanzien feiten of omstandigheden bestaan waardoor de onpartijdigheid niet kan worden gewaarborgd, kan deze partij een verzoek tot wraking indienen.

 

 14.4

Het verzoek tot wraking wordt schriftelijk en gemotiveerd, en zo spoedig mogelijk nadat de feiten of omstandigheden bekend zijn geworden, ingediend bij de Codecommissie.

 

 14.5

Het verzoek tot wraking wordt behandeld door de Codecommissie aan wie de zaak is toegewezen, waarbij het betrokken lid niet mee beslist. De beslissing is gemotiveerd en wordt onverwijld aan de verzoeker, de andere partij en het betrokken lid, medegedeeld.

 

 

Schriftelijke wisseling van stukken

Schriftelijke kennisgeving aan beide partijen

 15

Indien de Codecommissie de klacht in behandeling neemt, zal zowel degene die de klacht heeft ingediend als degene, tegen wie de klacht is gericht, daarvan schriftelijk op de hoogte worden gesteld, aan deze laatste onder mededeling van de inhoud van de klacht alsmede de naam van degene die de klacht heeft ingediend. Deze mededeling wordt voorzien van een beknopte toelichting en eventueel van toelichtende bescheiden.

Verbod verdere publicaties

 16

De Codecommissie kan, gehoord partijen, als voorwaarde voor de (verdere) behandeling van een klacht bepalen dat de klager en/of degene, tegen wie de klacht is gericht, zich van (verdere) publicatie over de in behandeling zijnde zaak onthouden.

Schriftelijk verweer door aangeklaagde partij

 17

Degene, tegen wie de klacht is gericht, zal gedurende zes (6) weken nadat hem van de klacht met toelichting mededeling is gedaan, de gelegenheid hebben zijn schriftelijke opmerkingen aan het Secretariaat te doen toekomen. Deze termijn kan door de voorzitter in bijzondere omstandigheden worden verkort of verlengd. De schriftelijke opmerkingen van degene, tegen wie de klacht is gericht, worden binnen twee (2) werkdagen na ontvangst daarvan ter kennis gebracht van degene die de klacht heeft ingediend.

Termijn indienen stukken

 18

Zowel degene die de klacht heeft ingediend als degene tegen wie de klacht is gericht, dient er voor zorg te dragen dat schriftelijke opmerkingen en/of aanvullende stukken uiterlijk vier (4) werkdagen voor de mondelinge behandeling bij het Secretariaat zijn aangeleverd. Het staat de Codecommissie vrij stukken die op een later tijdstip worden aangeleverd niet bij de procedure te betrekken.

 

 

Mondelinge behandeling

Mondelinge behandeling

 19

De Codecommissie stelt zowel degene die een klacht heeft ingediend als degene, tegen wie de klacht is gericht, in de gelegenheid hun standpunt nader mondeling toe te lichten, daarbij mededelende waar en wanneer de gelegenheid daartoe zal bestaan. Partijen kunnen zich bij de behandeling van een klacht doen bijstaan door een raadsman of een gemachtigde.

In beginsel openbaar 

 20

De mondelinge behandeling van de klachten is openbaar. Elk van de partijen kan echter gemotiveerd bezwaar maken tegen een openbare behandeling. Partijen kunnen uiterlijk bij aanvang van de behandeling van de klacht verzoeken deze achter gesloten deuren te doen plaatsvinden. Een verzoek de behandeling achter gesloten deuren te doen plaatsvinden, wordt alleen ingewilligd indien zwaarwichtige redenen zich tegen een openbare behandeling verzetten. De voorzitter van de Codecommissie zal over een dergelijk verzoek beslissen.

Getuigen, deskundigen

 21.1

De Codecommissie kan eigener beweging, op verzoek van de klager dan wel op verzoek van degene tegen wie de klacht is gericht, getuigen horen en/of deskundigen benoemen tot het uitbrengen van een advies. De Codecommissie stuurt partijen bericht daarvan aan partijen. 

 

 21.2

Wanneer een of meer getuigen en/of deskundigen worden gehoord, stelt de Codecommissie partijen in de gelegenheid het verhoor bij te wonen.

 

 21.3

De Codecommissie kan partijen raadplegen over de aan de deskundige te verstrekken opdracht. 

 

 21.4

De Codecommissie stelt partijen in de gelegenheid zich over de verklaringen van de getuige resp. het advies van de deskundige uit te laten.

 

 21.5

De deskundige zal, behalve tegenover de Codecommissie en partijen, tot geheimhouding ter zake van de aan hem of haar voorgelegde materie verplicht zijn.

 

 21.6

De deskundige zal zijn werkzaamheden in onafhankelijkheid en naar beste weten vervullen.

 

 21.7

De deskundige zal voor zijn werkzaamheden een redelijke vergoeding ontvangen. De hoogte daarvan zal door de Codecommissie worden bepaald.

Vertrouwelijke informatie, geheimhouding 

 22

De Codecommissie kan, op verzoek van de klager dan wel op verzoek van degene, tegen wie de klacht is gericht, bepaalde informatie als strikt vertrouwelijk bestempelen. Deze informatie is voor de wederpartij in dat geval slechts toegankelijk indien hij zich schriftelijk verbindt ter zake strikte geheimhouding in acht te zullen nemen. In voorkomende gevallen kan de Codecommissie op verzoek van de partij die de informatie verstrekt om zwaarwichtige bedrijfsbelangen van de betreffende partij besluiten dat die informatie slechts onder oplegging van strikte geheimhouding bekend wordt gemaakt aan een raadsman van de wederpartij en de Codecommissie of indien de wederpartij zich niet door een raadsman laat bijstaan aan de Codecommissie. 

 

 

Uitspraak 

Na voltooiing onderzoek 

 23.1

Nadat de Codecommissie het onderzoek betreffende een aan haar ter kennis gebrachte klacht heeft voltooid, zal zij ten spoedigste doch uiterlijk binnen drie (3) weken haar oordeel over het gewraakte handelen of nalaten uitspreken alsmede beslissen of door haar een straf of maatregel zal worden opgelegd. 

Besluitvorming door Codecommissie

 23.2

De leden van de Codecommissie oordelen als goede mensen naar redelijkheid en billijkheid zonder enige last of ruggespraak. De Codecommissie zal haar oordeel vormen naar beste weten en op basis van de Gedragscode. Beslissingen worden door de Codecommissie genomen in vergaderingen waar tenminste vier (4) leden aanwezig zijn terwijl de beslissing moet worden genomen met tenminste drie-vierde van de geldig uitgebrachte stemmen.

Schriftelijke uitspraak

 23.3

Van haar beslissing geeft de Codecommissie ten spoedigste aan de partijen schriftelijk en gemotiveerd kennis, onder mededeling van de inhoud van de straf of maatregel indien zij tot het opleggen daarvan mocht besluiten en/of haar beslissing tot veroordeling van degene die in strijd met de Gedragscode heeft gehandeld tot gehele of gedeeltelijke vergoeding van de kosten van de procedure.

Sancties

 24.1

Naar aanleiding van een aan hen voorgelegde klacht kan de Codecommissie de volgende straffen of maatregelen opleggen:
a.  berisping;
b.  bevel om de gewraakte handeling onmiddellijk te staken en/of zich (verder) daarvan te onthouden, respectievelijk indien het een gewraakt nalaten betreft, om zich (verder) overeenkomstig het bepaalde in de Gedragscode te gedragen;
c.  bevel om de noodzakelijke maatregelen te nemen teneinde in de toekomst nakoming van de Gedragscode te waarborgen;
d.  bevel tot rectificatie;
e.  bevel tot terugroeping van verspreid materiaal;
f.  publicatie van de beslissing in verschillende media met inbegrip van de opgelegde straf of maatregel.

 

 24.2

De keuze van een op te leggen straf of maatregel laat de Codecommissie afhangen van de ernst van de inbreuk en van de vraag of sprake is van een herhaling van een eerdere inbreuk door dezelfde betrokkene.

Inlichtingen aan Codecommissie over naleving

 25.1

De Codecommissie kan, in geval zij een maatregel oplegt als bedoeld in artikel 24 lid 1 onder c., d, of e., tevens bepalen dat degene aan wie die maatregel wordt opgelegd binnen door de Codecommissie te bepalen termijn de door haar nader te omschrijven inlichtingen over de naleving van die maatregel zal verschaffen.

Rectificatie

 25.2

Indien een bevel tot rectificatie wordt gegeven, bepaalt de Codecommissie tevens op welke wijze en binnen welke termijn de rectificatie dient te geschieden.

Straffen en maatregelen mbt artsenbezoekers

 26

De Codecommissie kan in gevallen van ernstige of herhaalde inbreuk door een artsenbezoeker op de bepalingen van de Gedragscode, waarbij die inbreuk de artsenbezoeker persoonlijk kan worden toegerekend, de betrokken artsenbezoeker berispen.

Ernstige of herhaalde inbreuk door vertegenwoordiger

 27

De Codecommissie kan in gevallen van ernstige of herhaalde inbreuk door een vertegenwoordiger op de bepalingen van de Gedragscode, waarbij die inbreuk de vertegenwoordiger persoonlijk kan worden toegerekend, de betrokken vertegenwoordiger berispen.

Veroordeling in de procedurekosten

 28.1

De Codecommissie veroordeelt de partij, die in strijd met de Gedragscode heeft gehandeld tot vergoeding van de procedurekosten, bestaande uit een vast bedrag ter dekking van de kosten die de Stichting CGR maakt in het kader van klachtenprocedures. De hoogte van dit vaste bedrag wordt jaarlijks door de Stichting CGR vastgesteld en gepubliceerd.

Vergoeding griffiegeld

 28.2

In aanvulling op het bepaalde in lid 1 kan de Codecommissie bepalen dat de partij, die in strijd met de Gedragscode heeft gehandeld, tevens het door de klager verschuldigde griffiegeld als bedoeld in artikel 11 geheel of gedeeltelijk dient te vergoeden.

 

 28.3

De Codecommissie kan gemotiveerd van het bepaalde in artikel 28 lid 1 afwijken.  

 

 IV

BEHANDELING VAN KLACHTEN DOOR KAMER I VAN DE CODECOMMISSIE  -  PROCEDURE IN KORT GEDING 

Voorlopige voorziening bij onverwijlde spoed 

 30 

Een ieder kan, indien uit hoofde van onverwijlde spoed, gelet op de belangen van de klager en degene tegen wie de klacht is gericht, een onmiddellijke voorziening tegen een handelen of nalaten in strijd met het bepaalde in de Gedragscode wordt vereist, een verzoek om een behandeling van een klacht als bedoeld in artikel 10 in kort geding indienen. 

Indienen verzoek om behandeling in kort geding 

 31

Een verzoek om een behandeling in kort geding wordt schriftelijk ingediend bij het Secretariaat en met redenen omkleed, waarbij het gewraakte handelen of nalaten duidelijk wordt omschreven en wordt aangegeven welk spoedeisend belang een onmiddellijke voorziening tegen het gewraakte handelen of nalaten vereist. Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing. 

Behandeling Klachten door Kamer I van de Codecommissie – procedure in kort geding 

 32.1

Een klacht waarvoor een kort geding procedure wordt gevoerd wordt behandeld door de voorzitter van de Codecommissie, daartoe bijgestaan door:
a.  één (1) lid van de Codecommissie zijnde een arts of apotheker, en
b.  één (1) lid door de voorzitter in overleg met het Secretariaat aangewezen uit de groep leden van de Codecommissie die is benoemd overeenkomstig artikel 7.2 sub c.

 

 32.2 

De artikelen 14.2 tot en met 14.5 zijn van overeenkomstige toepassing. 

Niet in behandeling nemen verzoek om kort geding 

 33

De voorzitter van de Codecommissie kan in kort geding voorgelegde klachten ter zijde leggen:
a.  om de redenen als genoemd in artikel 13; of
b.  indien zij van oordeel is dat het met het gewraakte handelen of nalaten geschonden belang geen spoedeisende behandeling rechtvaardigt; of
c.  indien zij van oordeel is dat de klacht niet vatbaar is om in een kort geding procedure genoegzaam door de klager of degene tegen wie de klacht is gericht te worden toegelicht; of 
d.  indien zij van oordeel is dat de klacht of het serieuze signaal niet kan worden beoordeeld zonder gebruikmaking van de wettelijke bevoegdheden van IGZ.

Verwijzing naar voltallige Codecommissie 

 34

De terzijdestelling gaat in de hierboven onder b. en c. bedoelde gevallen gepaard met een verwijzing van de klacht ter behandeling door de voltallige Codecommissie en zal in alle gevallen aan de klager en degene tegen wie de klacht is gericht schriftelijk en gemotiveerd worden medegedeeld. 

Behandeling kort geding 

 35.1 

Indien de Codecommissie in kort geding van oordeel is, dat er aanleiding bestaat de klacht in behandeling te nemen en het verzoek om een procedure in kort geding te honoreren, zal zij zowel de klager als degene tegen wie de klacht is gericht oproepen voor een mondelinge behandeling van de klacht op zo kort mogelijke termijn. 

 

 35.2

Degene, tegen wie de klacht is gericht, zal gedurende drie (3) weken nadat hem van de klacht met toelichting mededeling is gedaan, de gelegenheid hebben zijn schriftelijke opmerkingen aan het Secretariaat te doen toekomen. Deze termijn kan door de voorzitter in bijzondere omstandigheden worden verkort of verlengd. De schriftelijke opmerkingen van degene, tegen wie de klacht is gericht, worden binnen twee (2) werkdagen na ontvangst daarvan ter kennis gebracht van degene die de klacht heeft ingediend. 

 

 35.3

Het bepaalde in artikelen 18 tot en met 22 is van overeenkomstige toepassing. 

 

 

Uitspraak 

Na voltooiing onderzoek 

 36.1

Nadat de Codecommissie in kort geding het onderzoek betreffende een aan haar ter kennis gebrachte klacht heeft voltooid, zal zij ten spoedigste doch uiterlijk binnen twee (2) weken haar oordeel uitspreken. Daarbij kan zij beslissen tot het opleggen van voorlopige maatregelen naar analogie van de maatregelen als bedoeld in artikel 24 lid 1 sub b., c., d. en e. Artikel 28 is van overeenkomstige toepassing. 

Schriftelijke uitspraak 

 36.2

Van haar beslissing geeft de Codecommissie in kort geding ten spoedigste aan de partijen schriftelijk en gemotiveerd kennis, onder mededeling van de inhoud van de voorlopige maatregel indien zij tot het opleggen daarvan mocht besluiten en/of haar beslissing tot veroordeling van degene die in strijd met de Gedragscode heeft gehandeld tot gehele of gedeeltelijke vergoeding van de kosten van de procedure. Indien zij een voorlopige maatregel oplegt vermeldt de Codecommissie in kort geding daarbij, tenzij zij uitdrukkelijk anders beschikt, dat deze voorlopige maatregel uitvoerbaar bij voorraad is. 

Beslissing bij voorraad 

 37

De beslissing bij voorraad brengt geen nadeel toe aan een eventuele behandeling ten principale van de betreffende klacht door de voltallige Codecommissie. 

Verzet 

 38.1

Degene tegen wie de klacht is gericht kan verzet aantekenen tegen de genomen beslissing indien hij niet bij de mondelinge behandeling door de Codecommissie in kort geding aanwezig was. Het verzoek dient, op straffe niet ontvankelijk verklaard te worden, uiterlijk binnen twee (2) werkdagen nadat de betreffende partij van de beslissing in kennis is gesteld schriftelijk bij het Secretariaat te worden ingediend. 

 

 38.2 

Het verzet wordt behandeld door de Codecommissie in kort geding zo mogelijk in dezelfde samenstelling als bij de oorspronkelijke behandeling van de procedure in kort geding. 

 

 38.3

Tenzij de Codecommissie in kort geding op verzoek van degene tegen wie de klacht is gericht anders beschikt, schort het verzet de uitvoering van een bij voorraad uitvoerbare beslissing van de Codecommissie in kort geding niet op. 

 

 V

WERKWIJZE VAN KAMER II VAN DE CODECOMMISSIE 

Procedure in het geval van einde afspraken KOAG - CGR 

 39.1

De KOAG is belast met het toezicht op de naleving van de gedragsregels ten aanzien van publieksreclame voor geneesmiddelen zoals vastgelegd in de Gedragscode Geneesmiddelenreclame en de Code voor de Publieksreclame voor Geneesmiddelen, die daarvan onderdeel uitmaakt. Zolang de onder artikel 9 van dit reglement bedoelde overeenkomst tussen de Stichting Code Geneesmiddelenreclame en de Stichting KOAG van kracht is zal de werkwijze van de Stichting KOAG van toepassing zijn als werkwijze van Kamer II van de Codecommissie.  

 

 39.2

De bepalingen van bijlage I bij het Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep van de Stichting CGR gelden voor het geval de in het vorige lid genoemde overeenkomst een einde heeft genomen, en tevens als aanvulling in die gevallen waarin de werkwijze van de Stichting KOAG niet voorziet. 

 

 VI

COMMISSIE VAN BEROEP 

Competentie Commissie van Beroep 

 40

Er is een Commissie van Beroep. De Commissie van Beroep is belast met het behandelen van beroepen tegen besluiten van Kamer I en Kamer II van de Codecommissie. 

 

 

Benoeming leden Commissie van Beroep 

Benoeming leden 

 41.1

Leden van de Commissie van Beroep dienen te zijn gekwalificeerd als onafhankelijke juristen en worden benoemd door het bestuur van de Stichting CGR. Eén van hen wordt aangewezen als voorzitter, één als plaatsvervangend voorzitter. 

Duur van de benoeming 

 41.2

Leden van de Commissie van Beroep worden worden telkens voor drie jaar (3) benoemd. Zij zijn terstond voor een zelfde periode herbenoembaar. Een lid treedt in beginsel af op de laatste dag van de maand waarin hij de 70-jarige leeftijd heeft bereikt 

Vacatures 

 41.3

In de vacatures zal door het bestuur van de Stichting CGR ten spoedigste worden voorzien. 

 

 

Instellen Beroep 

Instellen beroep partijen 

 42.1

Partijen kunnen tegen uitspraken van zowel Kamer I als Kamer II van de Codecommissie in beroep komen.  

Instellen beroep IGZ 

 42.2

Onverminderd het bepaalde in het voorgaande lid kan de Inspectie voor de Gezondheidszorg tegen een uitspraak van Kamer I dan wel Kamer II in beroep komen in het geval dit van wezenlijk belang is vanuit een oogpunt van interpretatie van de Gedragscode. 

Termijn instellen beroep 

 43

Het beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van drie (3) weken na dagtekening van de schriftelijke uitspraak als bedoeld in artikel 23 lid 3 respectievelijk, in geval van een uitspraak van de Codecommissie in kort geding, binnen twee (2) weken na dagtekening van de schriftelijke uitspraak als bedoeld in artikel 36.2. 

Wijze van instellen beroep 

 44 

Het beroep moet worden ingesteld door een brief aan de Commissie van Beroep, per adres Secretariaat van de Codecommissie, gezonden schriftelijke mededeling, houdende opgave van de gronden waarop het beroep steunt. 

Kosten instellen beroep 

 45 

De kosten voor het indienen van een beroep bedragen:
a.  voor een beroep ingesteld door een vergunninghouder een bedrag van
€ 3.100,- (excl. BTW);
b.  voor een beroep ingesteld door rechtspersonen (zijnde niet-vergunninghouders) een bedrag van € 1.300,-(excl. BTW).
Aan het indienen van een beroep door natuurlijke personen zijn geen kosten verbonden.

Opschortende werking 

 46

Gedurende de beroepstermijn en na afloop daarvan, indien het beroep binnen de beroepstermijn is ingesteld, wordt de betrokken beslissing van de Codecommissie niet ten uitvoer gelegd, totdat de Commissie van Beroep op het beroep onherroepelijk heeft beslist, tenzij bij een dergelijke beslissing uitdrukkelijk is bepaald dat deze uitvoerbaar bij voorraad is. Indien beroep is ingesteld van een beslissing van de Codecommissie in kort geding die uitvoerbaar bij voorraad is, kan die uitvoerbaarheid bij voorraad slechts worden opgeschort indien de Commissie van Beroep op verzoek van degene tegen wie de klacht is gericht daartoe uitdrukkelijk besluit. 

 

 

Behandelen van beroep 

Ontvangstbevestiging 

 47 

Van een bij het Secretariaat ingediend beroepschrift wordt binnen twee (2) werkdagen een kennisgeving van ontvangst gezonden aan degene, die het beroepsschrift heeft ingediend. Een dergelijk beroepsschrift wordt vervolgens binnen zeven (7) werkdagen daarna voorgelegd aan de voorzitter van de Commissie van Beroep.

Behandeling beroep 

 48.1

Het Secretariaat wijst, in overleg met de voorzitter, drie (3) leden van de Commissie van Beroep aan, waaronder de voorzitter, die het beroepschrift in behandeling zullen nemen. 

Wraking 

 48.2

Op verzoek van een der partijen kan een lid van de Commissie van Beroep worden gewraakt wanneer de onpartijdigheid onvoldoende gewaarborgd is omdat hij/zij een persoonlijk en/of zakelijk belang bij de zaak heeft of omdat er ten aanzien van hem of haar feiten of omstandigheden bestaan waardoor de onpartijdigheid niet kan worden gewaarborgd. De artikelen 14.4 en 14.5 zijn van overeenkomstige toepassing. 

Termijn behandeling 

 49

De Commissie van Beroep zal in beginsel binnen twee (2) maanden na datum van ontvangst van het beroepschrift de zaak behandelen; in geval van beroep ingesteld van een beslissing van de Codecommissie in kort geding is deze termijn in beginsel vier (4) weken. 

Schriftelijk verweer en mondelinge behandeling 

 50.1 

Het bepaalde in artikelen 17 tot en met 22 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in artikel 17 vermelde termijn van zes (6) weken in geval van een beroep in kort geding wordt teruggebracht tot drie (3) weken. 

 

 50.2 

In het geval het beroep op grond van artikel 42 lid 2 is ingediend door de Inspectie voor de Gezondheidszorg is het voorgaande lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat zowel de Inspectie als de overige partijen bij de uitspraak in eerste instantie in de gelegenheid worden gesteld hun standpunt toe te lichten. 

Kennisname stukken procedure in eerste aanleg 

 51

Met betrekking tot het aan haar ter beoordeling onderworpen beroep is de Commissie van Beroep gerechtigd kennis te nemen van alle stukken, welke in eerste aanleg aan de Codecommissie zijn overgelegd. Dit zelfde recht komt, met uitzondering van de door de Commissie van Beroep als vertrouwelijke aangemerkte stukken, beide partijen toe. 

 

 

Uitspraak 

Na voltooiing onderzoek 

 52.1 

Nadat de Commissie van Beroep haar onderzoek betreffende het bij haar ingestelde beroep heeft voltooid, zal zij ten spoedigste doch ten hoogste binnen vier (4) weken haar oordeel uitspreken; ingeval van beroep ingesteld van een beslissing van de Codecommissie in kort geding is deze termijn in beginsel drie (3) weken. 

Schriftelijke uitspraak 

 52.2

Van haar beslissing geeft de Commissie van Beroep ten spoedigste aan de partijen, alsmede aan de Codecommissie, schriftelijk en gemotiveerd kennis, onder mededeling van de inhoud van de straf of maatregel indien zij tot het opleggen daarvan mocht besluiten en/of haar beslissing tot veroordeling van degene die in strijd met de Gedragscode heeft gehandeld tot gehele of gedeeltelijke vergoeding van de kosten van de procedure. 

Vernietiging en terugverwijzing 

 53.1

De Commissie van Beroep is gerechtigd een beslissing van de Codecommissie te vernietigen en in plaats daarvan andere beslissingen te nemen. 

 

 53.2

De Commissie van Beroep kan besluiten een klacht ter verdere behandeling terug te verwijzen naar de Codecommissie. 

Sancties 

 54

Het bepaalde in de artikelen 24 tot en met 29 is van overeenkomstige toepassing. 

Besluitvorming door de Commissie van Beroep 

 55 

De leden van de Commissie van Beroep oordelen als goede mensen naar redelijkheid en billijkheid zonder enige last of ruggespraak. De Commissie van Beroep zal haar oordeel vormen naar beste weten en op basis van de Gedragscode. De Commissie van Beroep beslist met gewone meerderheid van stemmen. 

Motivering 

 56

De Commissie van Beroep zal haar beslissingen behoorlijk motiveren. Indien de beslissing inhoudt, dat de appellant inbreuk heeft gemaakt op het bepaalde in de Gedragscode, zal de Commissie van Beroep vermelden op grond van welke feiten de inbreuk is vastgesteld, welke bewijsmiddelen zijn gebezigd en welke bepaling(en) van de Gedragscode is (zijn) overtreden. Indien de beslissing van de Codecommissie in beroep door de Commissie van Beroep wordt bekrachtigd, wordt zulks ook aan partijen schriftelijk en gemotiveerd medegedeeld. 

Hoogste ressort 

 57

Beslissingen van de Commissie van Beroep gelden als een in hoogste ressort gegeven bindend advies. Door de Codecommissie moet daaraan, zo nodig in rechte, gevolg worden gegeven. 

 

 

Verbindendheid beslissing Commissie van Beroep 

Onverbindend verklaring door gewone rechter 

 58.1

Aantasting van een door de Commissie van Beroep gegeven beslissing kan uitsluitend geschieden door het aanhangig maken bij de gewone rechter van een vordering, strekkende tot onverbindend verklaring van de beslissing en tot verwijzing van de zaak waarop deze beslissing betrekking heeft naar de Commissie van Beroep, teneinde het bestaande beroep, met inachtneming van de uitspraak van de gewone rechter, opnieuw te behandelen en daarop te beslissen. 

 

 58.2

Indien deze vordering niet aanhangig wordt gemaakt binnen een termijn van vier (4) weken na dagtekening van de beslissing van de Commissie van Beroep als bedoeld in artikel 52.2, wordt de beslissing van de Commissie van Beroep geacht definitief te zijn. 

 

 58.3

Mocht de gewone rechter een beslissing van de Commissie van Beroep onverbindend verklaren en niet tevens de zaak naar de Commissie van Beroep verwijzen, dan zal die zaak geacht worden tevoren nog niet door de Commissie van Beroep te zijn behandeld en derhalve op het ingestelde beroep bij de Commissie van Beroep aanhangig te zijn ter behandeling en beslissing, zulks met inachtneming van de uitspraak van de gewone rechter. 

 

 VII

BEHANDELING VAN ADVIESAANVRAGEN DOOR DE CODECOMMISSIE 

 

 

Adviesaanvraag

Adviesaanvraag omtrent verenigbaarheid met Code 

 59

Iedere belanghebbende kan de Codecommissie verzoeken een advies te geven omtrent de verenigbaarheid van een eigen (voorgenomen) handelen of nalaten met de bepalingen van de Gedragscode of de geest en strekking daarvan. 

Schriftelijke indiening bij Secretariaat 

 60

Een dergelijk verzoek wordt schriftelijk bij het Secretariaat ingediend en de voorgelegde vraag wordt duidelijk geformuleerd en waar mogelijk gestaafd met toelichtende documentatie. 

Behandeling adviesaanvraag 

 61

Het gevraagde advies zal binnen een redelijke termijn worden uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie. 

Adviesaanvraag wordt niet in behandeling genomen 

 62.1

De voorzitter kan besluiten de voorgelegde adviesaanvraag niet in behandeling te nemen, onder meer indien hij van oordeel is dat:
a.  de aanvraag op het eerste gezicht een zodanig karakter of omvang heeft en/of behandeling van de aanvraag een zo diepgaand materieel onderzoek zou vereisen dat de adviesprocedure zich daarvoor klaarblijkelijk niet leent; of
b.  de aanvraag op het eerste gezicht een zodanig karakter heeft dat aangenomen mag worden dat het niet gaat om een advies omtrent de (on)verenigbaarheid van eigen (voorgenomen) handelen of nalaten, maar bijvoorbeeld om het toetsen van uitingen van een derde; of
c.  op andere wijze oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van de adviesprocedure.

Schriftelijke mededeling 

 62.2

De beslissing om een adviesaanvraag niet in behandeling te nemen zal schriftelijk en gemotiveerd aan de verzoeker worden medegedeeld onder vermelding van de grond waarop deze beslissing berust. 

Niet bindend 

 63

Het uitgebrachte advies is niet bindend voor de aanvrager. Het advies bindt de Codecommissie evenmin indien omtrent het ter advies voorgelegde handelen of nalaten een klacht wordt ingediend. 

Vertrouwelijk karakter 

 64

Een adviesaanvraag als bedoeld in dit artikel wordt vertrouwelijk behandeld. In zwaarwegende gevallen, dan wel indien de adviezen naar zijn oordeel ook voor anderen dan de aanvrager van belang kunnen zijn, kan de voorzitter van de Codecommissie bepalen dat het uitgebrachte advies kan worden gepubliceerd. In een dergelijk geval draagt de voorzitter er voor zorg dat deze publicatie geen vertrouwelijke gegevens bevat en de identiteit van de aanvrager niet bekend wordt gemaakt. 

Kosten advies 

 65

De kosten van de behandeling van een adviesaanvraag als bedoeld in artikel 59 bedragen ad € 1.500,- (excl. BTW)dan wel een van tevoren op te geven bedrag. Deze kosten, worden door de Codecommissie in rekening gebracht bij de aanvrager. Indien de adviesaanvraag is ingediend door de koepelorganisatie van vergunninghouders of beroepsbeoefenaren kan de Codecommissie besluiten deze kosten niet in rekening te brengen.

 

 

Toetsing interne procedures 

Toetsing interne procedures belanghebbenden 

 66

Iedere belanghebbende kan de Codecommissie verzoeken interne procedures preventief te laten toetsen op verenigbaarheid met de bepalingen van de Gedragcode of de geest of de strekking daarvan. 

Schriftelijke indiening 

 67

Een dergelijk verzoek wordt schriftelijk bij het Secretariaat ingediend en wordt gestaafd met een duidelijke omschrijving van de interne procedures en eventuele bijkomende toelichtende documentatie. 

Boordeling 

 68

De beoordeling zal binnen een redelijke termijn worden uitgebracht door de voorzitter. 

Vertrouwelijk karakter 

 69

Artikel 64 van het Reglement is op de toetsing van interne procedures van overeenkomstige toepassing. 

Kosten toetsing 

 70

De kosten van een preventieve toetsing als bedoeld in artikel 66 bedragen ad € 1.500,- (excl. BTW) dan wel een van tevoren op te geven ander bedrag. Deze kosten, worden door de Codecommissie in rekening gebracht bij de aanvrager. 

 

 

Adviesaanvraag door bestuur Stichting CGR 

Adviesaanvraag door bestuur 

 71

Het bestuur van de Stichting CGR kan de Codecommissie in voorkomende gevallen door middel van een adviesaanvraag verzoeken in meer algemene zin een standpunt uit te brengen ten aanzien van verenigbaarheid van bepaalde ontwikkelingen en/of bepaalde concrete activiteiten op het gebied van geneesmiddelenreclame met de bepalingen van de Gedragscode of de geest of de strekking daarvan. 

 

 72

Het bestuur doet dit door een duidelijke en concreet geformuleerde vraag aan de Codecommissie voor te leggen. 

 

 73

Het gevraagde advies zal binnen een redelijke termijn worden uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie. 

 

 74

Het door de Codecommissie aan het bestuur uitgebrachte advies kan door het bestuur op brede schaal bekend gemaakt worden. 

 

 75

Artikel 64 van het Reglement is van overeenkomstige toepassing. 

 

 VIII

MELDING EN BEHANDELING SERIEUZE SIGNALEN  

Melding serieuze signalen bij Secretariaat 

 76

Een ieder, die een serieuze overtreding van de Gedragscode constateert en dat niet aan de Codecommissie wil of kan voorleggen middels de klachtenprocedure als omschreven in paragraaf III of IV van dit Reglement kan een schriftelijke melding van de vermeende overtreding doen bij het Secretariaat van de CGR onder vermelding van:

a.  naam en contactgegevens;
b.  een zo volledig mogelijke omschrijving van de vermeende overtreding, voorzien van een gedocumenteerde onderbouwing;
c.  een motivering waarom het indienen van een klacht overeenkomstig artikel 10 dan wel 30 niet wenselijk, respectievelijk mogelijk is. 

Geheimhouding
identiteit melder
 

 77.1

Het Secretariaat zal de identiteit van de melder niet aan de partij over wie geklaagd wordt bekend maken en ook overigens deze identiteit geheimhouden, behoudens het bepaalde in het volgende lid en behoudens eventuele wettelijke verplichtingen tot het geven van informatie. 

 

 77.2

Onverminderd het bepaalde in het voorgaande lid kan het Secretariaat het Bestuur informatie verschaffen over de achtergrond van de melder, een en ander voorzover dit kan worden beschouwd als relevante informatie in de zin van artikel 79 lid 2. 

Vooronderzoek
door Secretariaat
 

 78.1

Het Secretariaat onderzoekt de melding en treedt zonodig voor aanvullende informatie of in verband met vragen in contact met de melder. 

 

 78.2

Binnen de (wettelijke) mogelijkheden en bevoegdheden is het Secretariaat bevoegd zelfstandig onderzoek in te stellen naar de feiten waar de melding betrekking op heeft.  

Beoordeling melding
door Secretariaat
 

 79.1

Bij de beoordeling van de vraag of de melding moet worden doorgeleid naar het Bestuur van de Stichting houdt het Secretariaat onder andere rekening met:

a.  de ernst en de aard van de vermeende overtreding;
b,  de beschikbare feiten en onderbouwing van de melding;
c.  de motivering waarom het indienen van een klacht overeenkomstig artikel 10 dan wel 30 niet wenselijk respectievelijk mogelijk is.

 

 79.2

Indien het Secretariaat van oordeel is dat de melding moet worden doorgeleid aan het Bestuur van de Stichting, maakt zij dit zo spoedig mogelijk kenbaar onder vermelding van de relevante achtergrond-informatie.  

 

 79.3

Indien het Secretariaat van oordeel is dat er geen aanleiding is de melding door te leiden aan het Bestuur, deelt zij dit mede aan de melder. Een negatief besluit van het Secretariaat laat onverlet de mogelijkheid voor de melder alsnog een klacht in te dienen overeenkomstig artikel 10. 

Doorleiding aan Codecommissie

 80.1

Het Bestuur besluit zo spoedig mogelijk of zij de melding in de vorm van een klacht of adviesaanvraag zal doorleiden aan de Codecommissie. 

 

 80.2

Indien het Bestuur besluit tot het doorleiden van een melding in de vorm van een klacht namens een niet nader bekend te maken persoon is het bepaalde in artikel 12 tot en met 29 van dit Reglement van overeenkomstige toepassing. In afwijking van het vorengaande kan het Bestuur de Codecommissie in het geval van spoedeisend belang verzoeken de melding te behandelen overeenkomstig artikel 30 en volgende.  

 

 80.3

Indien het Bestuur besluit tot het doorleiden van een melding in de vorm van een adviesaanvraag namens een niet nader bekend te maken persoon is het bepaalde in artikel 71 en volgende van overeenkomstige toepassing. 

 

 80.4

Indien het Bestuur besluit niet over te gaan tot het doorleiden van een melding in de vorm van een klacht of adviesaanvraag bij de Codecommissie namens een niet nader bekend te maken persoon zal het Bestuur het Secretariaat verzoeken met in achtneming van het bepaalde in artikel 79 lid 3 de melder van dit besluit in kennis te stellen.  

Geen beroep

 81

Tegen de besluitvorming van het Secretariaat respectievelijk het Bestuur als vermeld in artikel 79 en 80 staat geen beroep open. 

 

 IX

SLOTBEPALINGEN 

Geheimhouding 

 82

De leden en plaatsvervangende leden van de Codecommissie en de Commissie van Beroep alsmede het Secretariaat zijn, ook na hun aftreden, als zodanig verplicht tot geheimhouding van alles wat hen bij de uitoefening van hun taak ter ore is gekomen, zulks met uitzondering van hetgeen door de Codecommissie met inachtneming van de bepalingen in dit reglement openbaar is gemaakt.

Jaarverslag 

 83

Het Secretariaat brengt minstens eenmaal per jaar schriftelijk verslag uit over de werkzaamheden van de Codecommissie en de Commissie van Beroep aan de Stichting CGR. Het Secretariaat zal zijn verslag zodanig inrichten, dat hij aan zijn verplichting ex artikel 82 blijft voldoen. 

Publicatie uitspraken en geanonimiseerde adviezen 

 84

Het Secretariaat zal de uitspraken van de Codecommissie betreffende klachten als bedoeld in artikel 23 en in artikel 36, alsmede de uitspraken van de Commissie van Beroep publiceren op de wijze(n) die daarvoor naar het oordeel van de Stichting CGR in aanmerking komen. 

Waarnemer Ministerie van VWS 

 85

De Stichting CGR stelt het Ministerie van VWS in de gelegenheid een waarnemer bij de Codecommissie te benoemen. Deze waarnemer ontvangt mededeling over binnengekomen klachten, het verloop van de procedure, wordt uitgenodigd tot het bijwonen van de mondelinge behandelingen en ontvangt uitspraken in klachtenprocedures. 

 

 

 

Vastgesteld door het Bestuur van de Stichting CGR op 30 november 2004.
Inwerkingtreding per 1 januari 2005.

 

 

Laatstelijk gewijzigd per 1 januari 2010, ten gevolge van het besluit van het Bestuur van de CGR d.d. 15 april 2009.