Inleiding

 

Per 1 januari 2009 zijn nieuwe werkafspraken tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) en de Keuringsraad KOAG tot stand gekomen. U kunt de actuele tekst van de werkafspraken hier vinden.

De werkafspraken regelen onderlinge samenwerking en werkzaamheden en maken deze transparant. Met de aanpassingen is het primaat van zelfregulering nog verder versterkt. Bovendien is het positief dat ook KOAG bij de werkafspraken is betrokken, wat aansluit bij de huidige praktijk.

De belangrijkste aanpassingen zijn de volgende:

  • de afspraken zijn uitgebreid met deelname door de KOAG;
  • de werkverdeling tussen IGZ, CGR en KOAG is verduidelijkt. De mogelijkheid voor de IGZ om een klacht zelf te behandelen als een klager dit wenst, is verwijderd uit de werkafspraken. De rechtsongelijkheid (IGZ en CGR resp. KOAG hebben verschillende sanctiemogelijkheden: bestuurlijke boete vs. sancties) die door deze doorverwijsbepaling ontstond, is daarmee ongedaan gemaakt.
  • de doorverwijzingverplichting van de CGR is geminimaliseerd. De CGR zal als zelfregulerende instantie alle klachten die zij ontvangt in principe zelf behandelen. Er geldt alleen een uitzondering als de CGR dit niet kan vanwege een gebrek aan bevoegdheden. De doorverwijsbepaling van artikel 6 (‘de CGR behandelt klachten, tenzij’) is daarom geminimaliseerd tot de gevallen waarin de klacht niet kan worden beoordeeld zonder gebruikmaking van de wettelijke bevoegdheden van de IGZ.
  • verduidelijkt is dat wanneer de IGZ een gedraging waarover een klacht wordt ingediend bij de CGR dermate ernstig vindt en de IGZ zelf ook in actie wil komen, zij dit altijd kan doen. Dit is ter beoordeling aan de IGZ en dus niet – zoals eerst op grond van de werkafspraken het geval was – ook de verplichting van de CGR om te beoordelen. In de toelichting op de werkafspraken is in dit kader expliciet bepaald dat de inspectie, indien zij daarvoor gronden aanwezig acht kan besluiten naast de uitspraak van de Codecommissie over te gaan tot het opleggen van een bestuurlijke boete. Het feit dat de Codecommissie reeds een uitspraak heeft gedaan, staat daar niet aan in de weg. De reden hiervoor is dat de maatregelen die de Codecommissie kan treffen (zoals bijvoorbeeld het berispen van een partij of het bevelen tot rectificatie van een reclame-uiting), geen formele sancties zijn. Dat betekent dat indien de IGZ (een van) de partijen daarnaast een boete oplegt, dat niet in strijd is met het beginsel dat een partij niet twee keer voor hetzelfde feit een sanctie mag worden opgelegd.
  • artikel 7 is uitgebreid met bepalingen dat de CGR resp. de KOAG de IGZ op de hoogte stellen van ontvangen klachten, recidive en niet-naleving van uitspraken.