Procedureafspraken CGR - accrediterende instellingen

Procedureafspraken

1. De accrediterende instelling X beoordeelt de didactische programmaonderdelen van een bijeenkomst op inhoudelijke en didactische kwaliteit en objectiviteit, en laat zich daarbij niet uit over de vraag of een financiële bijdrage van een vergunninghouder in de zin van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame is toegestaan of niet. De accrediterende instelling X laat haar oordeel omtrent de didactische programmaonderdelen dan ook niet mede afhangen van het oordeel van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) over de financiële bijdrage van een vergunninghouder aan de bijeenkomst.

2. De CGR beoordeelt of de financiële betrokkenheid van een vergunninghouder in overeenstemming is met de regels van de Gedragscode teneinde ongewenste beïnvloeding van het voorschrijfgedrag van een beroepsbeoefenaar te voorkomen. De CGR wil bij de beoordeling hiervan meewegen of de didactische programmaonderdelen door een erkende instantie als accrediterende instelling X zijn geaccrediteerd. Als deze programmaonderdelen zijn geaccrediteerd, beschouwt de CGR deze programmaonderdelen op grond van artikel 7 Uitwerking Normen Gunstbetoon van de Gedragscode als wetenschappelijk.

3. De accrediterende instelling X en de CGR stellen elkaar actief op de hoogte van door de accrediterende instelling X geaccrediteerde c.q. door de CGR getoetste bijeenkomsten.

4. Indien er in bepaalde gevallen twijfel bestaat over de juiste invulling van deze procedureafspraken, treden de accrediterende instelling X en de CGR met elkaar in overleg. Na een jaar zullen de procedureafspraken worden geëvalueerd en indien nodig worden aangepast.

 

Toelichting Procedureafspraken

Toelichting bij de procedureafspraken tussen de accrediterende instelling X en de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) over de werkwijze bij accreditatie en toetsing van nascholingsbijeenkomsten.


De procedureafspraken tussen de accrediterende instelling X en de CGR strekken er toe om de systemen van de accrediterende instelling X en de CGR transparant te maken en naadloos op elkaar te laten aansluiten.

Verantwoordelijkheid accrediterende instelling
De accrediterende instelling X is als accrediterende instelling van het erkende specialisme Y onder meer belast met het beoordelen van accreditatieaanvragen voor nascholingsprogramma's (mede) gericht op artsen van dit specialisme. De accrediterende instelling X beoordeelt daarbij de inhoudelijke en didactische kwaliteit, objectiviteit en relevantie voor het betreffende specialisme van de didactische programmaonderdelen van de nascholingsbijeenkomst. Uitsluitend aan de didactische programmaonderdelen van de bijeenkomst kunnen door de accrediterende instelling X accreditatiepunten worden toegekend. Als de accrediterende instelling X de bijeenkomst heeft geaccrediteerd, impliceert dit niet dat er sprake is van een wetenschappelijke bijeenkomst in de zin van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame. Het impliceert wel dat de door de accrediterende instelling X geaccrediteerde programmaonderdelen wetenschappelijk verantwoord zijn.

Verantwoordelijkheid CGR
De CGR is als private organisatie belast met zelfregulering op het gebied van geneesmiddelenreclame gericht op beroepsbeoefenaren. Daarbij is de leidraad voor de CGR de Gedragscode Geneesmiddelenreclame (de Gedragscode). In dit kader beoordeelt zij onder meer de gastvrijheid die door een vergunninghouder aan beroepsbeoefenaren wordt geboden. Volgens de Gedragscode kunnen daarbij twee soorten bijeenkomsten worden onderscheiden: wetenschappelijke bijeenkomsten en niet-wetenschappelijke bijeenkomsten c.q. manifestaties. Bij bijeenkomsten die op basis van de Gedragscode als wetenschappelijk worden gekwalificeerd is een hoger bedrag aangeboden gastvrijheid toegestaan dan bij een manifestatie.

(Mogelijke) Discrepantie tussen regelgeving en praktijk
Op grond van artikel 7 Uitwerking Normen Gunstbetoon artikelen 12 en 13, 16 t/m 22 Gedragscode (UNG) zijn er drie mogelijke situaties waarin een bijeenkomst als wetenschappelijk kan worden gekwalificeerd; één daarvan is als de bijeenkomst door een erkende instantie is geaccrediteerd. Het probleem doet zich nu voor dat accrediterende instellingen ‘slechts' de didactische programmaonderdelen van een bijeenkomst accrediteren en niet de gehele bijeenkomst. Soms betreffen de geaccrediteerde programmaonderdelen maar een klein gedeelte van de bijeenkomst. De CGR zal in dat geval zelfstandig beoordelen of de gehele bijeenkomst op grond van artikel 7 UNG als wetenschappelijk is aan te merken.

Adequate leeromgeving
Het is de verantwoordelijkheid van de accrediterende instelling om te bepalen of de didactische programmaonderdelen van een bijeenkomst accreditabel zijn. Daarbij spelen naast (medisch) inhoudelijke overwegingen ook didactische overwegingen een rol. Vormt de setting (het geheel der omstandigheden waaronder iets gebeurt) van de nascholing een adequate leeromgeving (bijvoorbeeld: in het geval van een lezing ter afsluiting van een vermoeiende dag skiën, of een lezing tijdens een lopend buffet, lijkt dat niet het geval). Is de setting bovendien geschikt voor objectieve kennisoverdracht? Als de accrediterende instelling de setting voor het volgen van nascholing minder geschikt acht, kan dat reden zijn om aan de educatieve programmaonderdelen geen accreditatie tot te kennen. In het kader van de wettelijke herregistratie mag er immers een adequate setting voor het volgen van nascholing worden verwacht.

Relatie ‘accreditatie van didactische programmaonderdelen' en ‘wetenschappelijkheid van bijeenkomst'
Het vaststellen of er sprake is van een wetenschappelijke nascholingsbijeenkomst in de zin van de Gedragscode, is niet de verantwoordelijkheid van de accrediterende instelling maar van de CGR. De CGR wil bij de beoordeling hiervan meewegen of de didactische programmaonderdelen door de accrediterende instelling zijn geaccrediteerd. Als deze programmaonderdelen zijn geaccrediteerd, beschouwt de CGR deze programmaonderdelen als wetenschappelijk.

Afstemming
Uit het voorgaande blijkt dat zowel de accrediterende instelling X als de CGR nascholingsbijeenkomsten beoordelen, doch vanuit een verschillende invalshoek. De accrediterende instelling X en de CGR willen op het gebied waar hun werkzaamheden elkaar raken, afspraken maken zodat voor een ieder duidelijk is hoe de taken zijn verdeeld en hoe de werkzaamheden op elkaar aansluiten. Zij zijn daarom de voorgaande vier afspraken met elkaar overeen gekomen.

 

Q&A procedureafspraken

Q &A Procedureafspraken accrediterende instelling en de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) over de werkwijze bij accreditatie en toetsing van nascholingsbijeenkomsten


1. Komt de accrediterende instelling met het beoordelen van de leeromgeving niet op het terrein van de CGR?

Nee. Een burger komt ook niet op het terrein van de politie als hij een fietsendief met gepaste middelen verhindert om een fiets te stelen. Daar is de politie c.q. CGR alleen maar blij mee. Er staat bewust dat de accrediterende instelling kan optreden; niet dat dit moet. Daarmee wordt voorkomen dat de accrediterende instelling aansprakelijk kan worden gesteld als in een geaccrediteerd programmaonderdeel bepaalde CGR-regels, anders dan de inhoudelijke objectiviteit van het programma, worden overtreden. Met betrekking tot de geaccrediteerde programmaonderdelen zijn de accrediterende instellingen uitsluitend verantwoordelijk voor de:
- Inhoudelijke kwaliteit
- Didactische kwaliteit;
- Inhoudelijke objectiviteit.
Omdat de CGR dient te bepalen of er sprake is van een wetenschappelijke bijeenkomst, hebben zowel de beoordeling van de (1) inhoudelijke kwaliteit, (2) didactische kwaliteit en de (3) inhoudelijke objectiviteit overlap met de CGR-regels. Het is niet de verantwoordelijkheid van de accrediterende instellingen om te onderzoeken of sprekers een relatie hebben met de industrie. Een dergelijke relatie betreft de onafhankelijkheid van de scholing. De accrediterende instellingen zijn niet verantwoordelijk voor het beoordelen van de (4) onafhankelijkheid van de didactische programmaonderdelen, maar voor het beoordelen van de (3) inhoudelijke objectiviteit.


2. Klopt het dat als de CGR een programmaonderdeel als wetenschappelijk kwalificeert (zie procedureafspraak 3), daarmee impliciet de gehele bijeenkomst als wetenschappelijke bijeenkomst (zie "verantwoordelijkheid CGR") wordt gekwalificeerd?

Nee, daarvoor is een nadere beoordeling door de CGR nodig. Het is in theorie mogelijk dat de accrediterende instelling van een bijeenkomst van 10 uur, maar 1 uur accrediteert. In dat geval zal de CGR tot het oordeel kunnen komen dat het geaccrediteerde uur wel wetenschappelijk is, maar de bijeenkomst als geheel niet.


3. Hoe zit het dan met het bedrag waarmee de gastvrijheid mag worden ondersteund?

Indien de CGR de bijeenkomst als niet-wetenschappelijk beschouwt, geldt voor de gastvrijheid het (lagere) bedrag van een niet-wetenschappelijke bijeenkomst.