Toelichting bij de procedureafspraken tussen de accrediterende instelling X en de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) over de werkwijze bij accreditatie en toetsing van nascholingsbijeenkomsten.
De procedureafspraken tussen de accrediterende instelling X en de CGR strekken er toe om de systemen van de accrediterende instelling X en de CGR transparant te maken en naadloos op elkaar te laten aansluiten.
Verantwoordelijkheid accrediterende instelling
De accrediterende instelling X is als accrediterende instelling van het erkende specialisme Y onder meer belast met het beoordelen van accreditatieaanvragen voor nascholingsprogramma's (mede) gericht op artsen van dit specialisme. De accrediterende instelling X beoordeelt daarbij de inhoudelijke en didactische kwaliteit, objectiviteit en relevantie voor het betreffende specialisme van de didactische programmaonderdelen van de nascholingsbijeenkomst. Uitsluitend aan de didactische programmaonderdelen van de bijeenkomst kunnen door de accrediterende instelling X accreditatiepunten worden toegekend. Als de accrediterende instelling X de bijeenkomst heeft geaccrediteerd, impliceert dit niet dat er sprake is van een wetenschappelijke bijeenkomst in de zin van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame. Het impliceert wel dat de door de accrediterende instelling X geaccrediteerde programmaonderdelen wetenschappelijk verantwoord zijn.
Verantwoordelijkheid CGR
De CGR is als private organisatie belast met zelfregulering op het gebied van geneesmiddelenreclame gericht op beroepsbeoefenaren. Daarbij is de leidraad voor de CGR de Gedragscode Geneesmiddelenreclame (de Gedragscode). In dit kader beoordeelt zij onder meer de gastvrijheid die door een vergunninghouder aan beroepsbeoefenaren wordt geboden. Volgens de Gedragscode kunnen daarbij twee soorten bijeenkomsten worden onderscheiden: wetenschappelijke bijeenkomsten en niet-wetenschappelijke bijeenkomsten c.q. manifestaties. Bij bijeenkomsten die op basis van de Gedragscode als wetenschappelijk worden gekwalificeerd is een hoger bedrag aangeboden gastvrijheid toegestaan dan bij een manifestatie.
(Mogelijke) Discrepantie tussen regelgeving en praktijk
Op grond van artikel 7 Uitwerking Normen Gunstbetoon artikelen 12 en 13, 16 t/m 22 Gedragscode (UNG) zijn er drie mogelijke situaties waarin een bijeenkomst als wetenschappelijk kan worden gekwalificeerd; één daarvan is als de bijeenkomst door een erkende instantie is geaccrediteerd. Het probleem doet zich nu voor dat accrediterende instellingen ‘slechts' de didactische programmaonderdelen van een bijeenkomst accrediteren en niet de gehele bijeenkomst. Soms betreffen de geaccrediteerde programmaonderdelen maar een klein gedeelte van de bijeenkomst. De CGR zal in dat geval zelfstandig beoordelen of de gehele bijeenkomst op grond van artikel 7 UNG als wetenschappelijk is aan te merken.
Adequate leeromgeving
Het is de verantwoordelijkheid van de accrediterende instelling om te bepalen of de didactische programmaonderdelen van een bijeenkomst accreditabel zijn. Daarbij spelen naast (medisch) inhoudelijke overwegingen ook didactische overwegingen een rol. Vormt de setting (het geheel der omstandigheden waaronder iets gebeurt) van de nascholing een adequate leeromgeving (bijvoorbeeld: in het geval van een lezing ter afsluiting van een vermoeiende dag skiën, of een lezing tijdens een lopend buffet, lijkt dat niet het geval). Is de setting bovendien geschikt voor objectieve kennisoverdracht? Als de accrediterende instelling de setting voor het volgen van nascholing minder geschikt acht, kan dat reden zijn om aan de educatieve programmaonderdelen geen accreditatie tot te kennen. In het kader van de wettelijke herregistratie mag er immers een adequate setting voor het volgen van nascholing worden verwacht.
Relatie ‘accreditatie van didactische programmaonderdelen' en ‘wetenschappelijkheid van bijeenkomst'
Het vaststellen of er sprake is van een wetenschappelijke nascholingsbijeenkomst in de zin van de Gedragscode, is niet de verantwoordelijkheid van de accrediterende instelling maar van de CGR. De CGR wil bij de beoordeling hiervan meewegen of de didactische programmaonderdelen door de accrediterende instelling zijn geaccrediteerd. Als deze programmaonderdelen zijn geaccrediteerd, beschouwt de CGR deze programmaonderdelen als wetenschappelijk.
Afstemming
Uit het voorgaande blijkt dat zowel de accrediterende instelling X als de CGR nascholingsbijeenkomsten beoordelen, doch vanuit een verschillende invalshoek. De accrediterende instelling X en de CGR willen op het gebied waar hun werkzaamheden elkaar raken, afspraken maken zodat voor een ieder duidelijk is hoe de taken zijn verdeeld en hoe de werkzaamheden op elkaar aansluiten. Zij zijn daarom de voorgaande vier afspraken met elkaar overeen gekomen.