Veelgestelde vragen


Over de CGR

1. Waarom bestaat er naast de Geneesmiddelenwet een Gedragscode Geneesmiddelenreclame?

De Nederlandse farmaceutische sector kent een lange traditie op het gebied van zelfregulering. Sinds 1926 ziet de Stichting Keuringsraad Openbare Aanprijzing Geneesmiddelen (KOAG) toe op een zorgvuldige geneesmiddelenreclame richting het publiek. Met de invoering van wettelijke regels op het gebied van geneesmiddelenreclame, hebben de betrokken partijen de traditie van zelfregulering voortgezet. De overheid ondersteunt zelfregulering door het draagvlak van de naleving van de normen die daarvan uitgaat.

2. Is de CGR wel onafhankelijk?

Het bestuur van de CGR wordt gevormd door vertegenwoordigers van de koepelorganisaties die zijn betrokken bij de verstrekking van geneesmiddelen (zowel de farmaceutische industrie als voorschrijvers (artsen, verpleegkundigen en physician assistants) en afleveraars (apothekers en drogisten)). De oordelen van de CGR worden gegeven door onafhankelijke Codecommissies, voorgezeten door juristen die over het algemeen werkzaam zijn (geweest) bij de rechterlijke macht.

3. Waarom zijn er twee verschillende toezichthouders voor geneesmiddelenreclame?

De CGR ziet toe op de Gedragscode Geneesmiddelenreclame. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) houdt toezicht op de Geneesmiddelenwet. De CGR en de IGZ hebben een eigen toezichtsverantwoordelijkheid die naast elkaar functioneert. Er zijn samenwerkingsafspraken gemaakt waarbij het primaat van het toezicht op geneesmiddelenreclame ligt bij de CGR en de IGZ zich concentreert op thematisch toezicht en zware overtredingen (waaronder recidive).

4. Hoe wordt de CGR gefinancierd?

Het toezicht van de CGR wordt gefinancierd uit de vergoedingen die partijen betalen voor een adviesaanvraag of de klachtenprocedure. Het bestuur van de CGR draagt haar eigen kosten op basis van contributies van de koepelorganisaties die in het bestuur zitting hebben.


Over de klachtenprocedure

1. Wie kan er een klacht indienen bij de CGR?

Een ieder kan een klacht indienen bij de CGR tegen een vergunninghouder (farmaceutische onderneming) of beroepsbeoefenaar (arts, apotheek, voorschrijvende verpleegkundige, physician assistant of drogist). Natuurlijke personen kunnen een klacht geanonimiseerd indienen en het CGR bestuur vragen de behandeling van de klacht over te nemen. Indien de klacht kan worden gezien als serieus signaal van een mogelijke overtreding, dan zal het bestuur aan dit verzoek gevolg geven.

2. Zijn er kosten verbonden aan het indienen van een klacht?

Voor natuurlijke personen zijn geen kosten verbonden aan het indienen van een klacht. Rechtspersonen dienen een bepaald griffiegeld te betalen. In de uitspraak van de Codecommissie wordt over het algemeen de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure, inclusief het betaalde griffiegeld door de klager.

3. Hoe gaat de procedure in zijn werk?

De procedure is geregeld in het Reglement van de CGR. Zie verder het onderdeel klachten op de website. Een klacht wordt in ontvangst genomen door het secretariaat. Indien het een klacht is van een natuurlijk persoon, wordt gekeken of sprake is van een serieus signaal voor een mogelijk overtreding van de Gedragscode. Indien dat het geval is, kan het CGR bestuur de verdere klachtenprocedure voeren. De klager wordt daarvan op de hoogte gesteld.

Een klacht van een rechtspersoon wordt doorgestuurd naar de voorzitter van de Codecommissie die beoordeelt of de klacht in behandeling kan worden genomen. De klacht wordt doorgestuurd naar de beklaagde, die de mogelijkheid krijgt schriftelijk verweer te voeren. Nadat het griffiegeld is betaald en het verweer is ingediend, wordt een mondelinge behandeling gehouden voor de Codecommissie. De Codecommissie doet binnen een bepaalde termijn uitspraak. Tegen een uitspraak staat beroep open bij de Commissie van Beroep.


4. Hoe lang duurt een klachtenprocedure?

De duur van de klachtenprocedure hangt af van de aard van de procedure. Een procedure in kortgeding duurt gemiddeld 2 maanden; afhankelijk van de spoedeisendheid stelt de voorzitter van de Codecommissie de termijnen vast. Een bodemprocedure duurt gemiddeld 3 tot 4 maanden.

5. Als ik het met het resultaat van de behandeling van een klacht niet eens ben, kan ik dan alsnog naar de rechter?

Tegen een uitspraak van de Codecommissie staat beroep open bij de Commissie van Beroep. De CGR beperkt partijen niet om (alsnog) een procedure te voeren bij de gewone rechter.


Over het advies

1. Is een partij die bij CGR advies heeft gevraagd en gekregen gevrijwaard van klachtenprocedures?

De CGR kent de mogelijkheid om een formeel adviesoordeel te krijgen van de voorzitter van de Codecommissie. Dit oordeel wordt gegeven op basis van een adviesaanvraag die door de aanvrager wordt ingediend en is niet bindend. Het oordeel vrijwaart de aanvrager niet van een mogelijke klachtenprocedure of een nadere actie door de IGZ. Indien volledig volgens het advies is gehandeld, kan de aanvrager ervan uitgaan dat de Codecommissie en de IGZ het adviesoordeel zullen volgen.

2. Hoe kan ik een advies aanvragen

Een adviesaanvraag is in beginsel vormvrij en kan per e-mail of per post worden ingediend bij het secretariaat (de Keuringsraad). Voor bepaalde activiteiten (zoals het bieden van gastvrijheid tijdens of het sponsoren van een buitenlandse samenkomst) geldt een verplichte preventieve toetsing door middel van een adviesaanvraag. Voor deze adviesaanvragen bestaat een aanvraagformulier met checklist. U kunt meer informatie vinden bij het onderdeel adviezen op de website.

3. Hoe lang duurt een adviesprocedure?

De duur van de adviesprocedure hangt af van de inhoud van de adviesaanvraag. De procedure duurt gemiddeld circa 4 weken.

4. Wie brengt het advies uit?

Het advies wordt uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie. De voorzitter is een jurist die over het algemeen werkzaam is (geweest) bij de rechterlijke macht.

5. Wat als ik het met het advies niet eens ben?

Een adviesoordeel is gebaseerd op de gegevens die de aanvrager heeft voorgelegd en is niet bindend. Aanvragers kunnen het adviesoordeel naast zich neerleggen en/of de voorgenomen activiteiten aanpassen. Het secretariaat zal circa 4 weken nadat het advies is uitgebracht vragen of het adviesoordeel is opgevolgd. Indien dat niet het geval is, bestaat de mogelijkheid dat in het periodieke monitoringsoverleg dat de CGR en de IGZ hebben, de IGZ daar verder navraag naar doet.