Taken

Het werk van de CGR kent drie aspecten:
  1. Voorlichting en educatie
    Door middel van de website, maar ook jaarverslagen, lezingen, nieuwsbrieven en andere inspanningen werkt de CGR aan de bekendheid van de Code Geneesmiddelenreclame en het belang van zelfregulering.
  2. Normstelling en handhaving
    In overleg met relevante partijen stelt de CGR regels op en past ze waar nodig aan. Ook ziet de CGR toe op de naleving van die regels: door het behandelen van adviesaanvragen en door het behandelen van klachten. Op voorhand is niemand uitgesloten van de mogelijkheid een advies aan te vragen of een klacht in te dienen bij de Stichting CGR.
  3. Monitoring
    Gezondheidszorg is een levendig en dynamisch werkveld. Daarom volgt de CGR maatschappelijke en vakgerelateerde ontwikkelingen op de voet om indien nodig een wijziging van de code te kunnen initiƫren.
De CGR werkt actief samen met de Keuringsraad KOAG/KAG en de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). De Keuringsraad KOAG/KAG geeft vorm aan het loket van de CGR, waar een ieder terecht kan voor het stellen van vragen en het indienen van adviesaanvragen en/of klachten.

Met de IGJ zijn werkafspraken tot stand gekomen. U kunt de actuele tekst van de werkafspraken hier vinden. De werkafspraken regelen onderlinge samenwerking en werkzaamheden en maken deze transparant. Met de aanpassingen is het primaat van zelfregulering nog verder versterkt. Bovendien is het positief dat ook KOAG/KAG bij de werkafspraken is betrokken, wat aansluit bij de huidige praktijk.

Van belang is te melden dat de IGJ conform artikel 42.1 van het Reglement tegen een uitspraak van de Codecommissie hoger beroep kan instellen. Daarnaast kan zij, indien zij daarvoor gronden aanwezig acht, besluiten naast de uitspraak van de Codecommissie over te gaan tot het opleggen van een bestuurlijke boete. Het feit dat de Codecommissie reeds een uitspraak heeft gedaan, staat daar niet aan in de weg. Immers, de Codecommissie kan wel een aantal maatregelen treffen (zoals bijvoorbeeld het berispen van een partij of het bevelen tot rectificatie van een reclame-uiting), maar dit zijn geen formele sancties. Dat betekent dat indien de IGJ (een van) de partijen daarnaast een boete oplegt, dat niet in strijd is met het beginsel dat een partij niet twee keer voor hetzelfde feit een sanctie mag worden opgelegd.

Het aantal gevallen waarin het daadwerkelijk plaats zal vinden dat de IGJ na een uitspraak van de Codecommissie een bestuurlijke boete zal opleggen, is vermoedelijk niet groot. Te denken valt bijvoorbeeld aan zaken van recidive, ernstige bedreiging voor de volksgezondheid of professioneel en onafhankelijk functioneren van beroepsbeoefenaren of ernstige overtreding van de reclameregels.