De gedragsregels van paragraaf 7.2 en het centrale register als bedoeld in artikel 7.2.4 hebben ten doel te voorzien in de maatschappelijke behoefte inzicht te kunnen verkrijgen in financiële relaties die voortvloeien uit de in artikel 7.2.1 bedoelde overeenkomsten, ten einde bij te dragen aan het uitgangspunt dat de burger in staat moet worden gesteld om door objectieve voorlichting en/of advisering een weloverwogen keuze voor een bepaald geneesmiddel c.q. beroepsbeoefenaar te maken.
 
De Gedragscode stelt eisen aan financiële relaties tussen partijen. Financiële relaties die buiten de toepassing van de Gedragscode vallen, zoals het toezicht op WMO-plichtig en niet-WMO-plichtig onderzoek, vallen ook buiten het bereik van de paragraaf 7.2.

Bepaalde financiële relaties worden in de Gedragscode uitgezonderd van de normen van gunstbetoon. Het betreft maatregelen of handelspraktijken inzake prijzen, marges en kortingen, verband houdend met handelsrelaties, alsmede het verstrekken van monsters en geschenken van geringe waarde overeenkomstig paragraaf 6.2. Ook deze relaties vallen buiten de toepassing van deze paragraaf.
 
Voor financiële relaties waartegenover wel een (zekere) tegenprestatie staat (zoals honorering van dienstverlening of sponsoring) geldt dat deze in een schriftelijke overeenkomst dienen te worden vastgelegd, waarbij de doelstelling en uitvoering van de relatie helder moeten zijn omschreven en een redelijke verhouding moet bestaan tussen tegenprestatie en vergoeding (artikelen 6.3.2, 6.4.4 en par. 6.5). Het gaat hierbij bijvoorbeeld om vergoeding voor dienstverlening van beroepsbeoefenaren voor deelname aan een wetenschappelijke adviesraad, het geven van een lezing of presentatie of het schrijven van een medisch-wetenschappelijk stuk. Daarbij wordt over het algemeen onderscheid gemaakt tussen de vergoeding van werkelijk gemaakte kosten of vergoeding aan de instelling waar de beroepsbeoefenaar aan is verbonden en de daadwerkelijke honoraria of tarief per tijdseenheid die de betrokken beroepsbeoefenaar ontvangt. Sponsoring vindt over het algemeen plaats aan instellingen, waarbij bijvoorbeeld een specifiek project dat de gezondheidszorg ten goede komt, mogelijk wordt gemaakt.
 
De Gedragscode bepaalt tevens dat vergunninghouders en patiëntenorganisaties transparant zijn over hun financiële relaties. Er is voor gekozen ook deze relaties vanaf 1 januari 2015 onder te brengen in het Transparantieregister Zorg.
Financiële relatie
7.2.1 Deze gedragsregels zijn van toepassing op financiële relaties die voortvloeien uit de navolgende categorieën overeenkomsten:
  1. Dienstverleningsovereenkomsten overeenkomstig artikel 6.3.2;
  2. Overeenkomsten inzake gastvrijheidskosten overeenkomstig artikelen 6.4.6 onder 3 en 6.4.8 onder 2;
  3. Sponsoringsovereenkomsten overeenkomstig artikel 6.4.4, alsmede artikel 6.5 respectievelijk artikel 6.5.4;
  4. Overeenkomsten ter ondersteuning van een patiëntenorganisatie overeenkomstig artikel 6.6.3.
 
Met de onder a tot en met d genoemde categorieën overeenkomsten worden in deze paragraaf vereenzelvigd overeenkomsten die niet rechtstreeks tussen een vergunninghouder en een beroepsbeoefenaar respectievelijk patiëntenorganisatie zijn aangegaan, maar met een samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren, een instelling waarin beroepsbeoefenaren participeren of werkzaam zijn of een andere derde partij (hierna: ‘samenwerkingsverband of instelling of andere derde partij’). Wanneer de andere derde partij in opdracht van een vergunninghouder respectievelijk een beroepsbeoefenaar, een samenwerkingsverband of instelling of een patiëntenorganisatie heeft gehandeld, worden de regels in deze paragraaf toegepast alsof deze overeenkomsten wel rechtstreeks tussen de vergunninghouder en de beroepsbeoefenaar, samenwerkingsverband of instelling respectievelijk de patiëntenorganisatie zijn aangegaan.
Openbaarmaking
7.2.2 Indien het totale bedrag uit hoofde van een of meerdere financiële relaties tussen een vergunninghouder en een beroepsbeoefenaar, samenwerkingsverband en/of instelling respectievelijk een patiëntenorganisatie hoger is dan € 500,- per kalenderjaar, wordt met betrekking tot de betrokken financiële relatie(s) door partijen eens per jaar binnen 6 maanden volgend op het kalenderjaar waarop tussen partijen de relatie(s) ten uitvoer is/zijn gebracht, het volgende openbaar gemaakt:
  1. de aard van de overeenkomst overeenkomstig de door de CGR vastgestelde selectietabel en het kalenderjaar waarin de overeenkomst is uitgevoerd, en
  2. de naam en het vestigingsadres en/of KvK-nummer van de vergunninghouder, en
  3. voor zover de dienstverleningsovereenkomst als bedoeld in artikel 7.2.1 onder a kan worden toegeschreven aan een beroepsbeoefenaar: de persoonsgegevens (naam, specialisatie en woonplaats) van de beroepsbeoefenaar die feitelijk de diensten heeft uitgevoerd (ongeacht of deze beroepsbeoefenaar ook de uiteindelijke begunstigde is van de betaalde bedragen) en per dienstverleningsovereenkomst het totaalbedrag van het aan deze beroepsbeoefenaar toegerekende honorarium, alsmede, indien van toepassing, als een afzonderlijke financiële relatie, het totaal aan de beroepsbeoefenaar toegerekende onkostenvergoedingen; en
  4. voor zover de dienstverleningsovereenkomst als bedoeld in artikel 7.2.1 onder a is afgesloten met een samenwerkingsverband of instelling en de werkzaamheden niet kunnen worden toegeschreven aan (een) bepaalde beroepsbeoefena(a)r(en):
    de gegevens (naam, vestigingsadres en/of KvK-nummer) van het samenwerkingsverband en/of instelling, en het hieraan per dienstverleningsovereenkomst betaalde totaalbedrag aan honoraria, mits deze honoraria niet al zijn gemeld op grond van onderdeel c van dit artikel, alsmede, indien van toepassing, als een afzonderlijke financiële relatie, het totaal aan betaalde onkostenvergoedingen; en
  5. voor de categorie overeenkomsten als bedoeld in artikel 7.2.1 onder b:
    de persoonsgegevens (naam, specialisatie en woonplaats) van de beroepsbeoefenaar en per samenkomst het totaalbedrag aan vergoede respectievelijk voor rekening van de vergunninghouder genomen gastvrijheidskosten; en
  6. voor zover de sponsoringsovereenkomst als bedoeld in artikel 7.2.1 onder c is overeengekomen met een beroepsbeoefenaar ter ondersteuning van zijn proefschrift: de persoonsgegevens (naam, specialisatie en woonplaats) van de beroepsbeoefenaar waarmee de financiële relatie bestond, alsmede de hieraan betaalde gelden; en
  7. voor zover de sponsoringsovereenkomst als bedoeld in artikel 7.2.1 onder c is overeengekomen met een samenwerkingsverband of een instelling of een andere derde partij: de gegevens (naam, vestigingsadres en/of KvK-nummer) van het samenwerkingsverband of de instelling waarmee de financiële relatie bestond, alsmede per sponsorovereenkomst de hieraan betaalde gelden, waarbij de binnen de sponsorovereenkomst aan een beroepsbeoefenaar toegeschreven bedragen uit hoofde van onderdelen c en e van dit artikel volgens die onderdelen op naam van de beroepsbeoefenaar worden openbaar gemaakt en in mindering worden gebracht op het totaalbedrag van de betrokken sponsorovereenkomst dat op naam van het samenwerkingsverband of de instelling wordt openbaar gemaakt; en
  8. voor de categorie overeenkomsten als bedoeld in artikel 7.2.1 onder d: de gegevens (naam, vestigingsadres en/of KvK-nummer) van de patiëntenorganisatie die is ondersteund, alsmede de per overeenkomst hieraan betaalde gelden (in geld of in natura).
Schriftelijke vastlegging
7.2.3 De financiële relatie die openbaar moet worden gemaakt is in een schriftelijke overeenkomst vastgelegd, waarbij in ieder geval uit de overeenkomst blijkt:
  1. de openbaar te maken gegevens als omschreven in artikel 7.2.2;
  2. de wijze waarop en door wie de in artikel 7.2.2 omschreven gegevens openbaar worden gemaakt.
 
Wijze van openbaarmaking
7.2.4 Openbaarmaking conform artikel 7.2.2 vindt plaats door de partij die op basis van de in artikel 7.2.3 bedoelde overeenkomst daartoe is verplicht in het daarvoor ingerichte centrale register voor het registreren van financiële relaties.
 
Interne procedure
7.2.5 De vergunninghouder voorziet in een adequate interne procedure in het kader waarvan de openbaarmaking van haar financiële relaties wordt getoetst aan de bepalingen in deze paragraaf.
Jaaroverzicht
7.2.6 De vergunninghouder zal ervoor zorgdragen dat iedere beroepsbeoefenaar, samenwerkingsverband en/of instelling, respectievelijk iedere patiëntenorganisatie, waarmee een financiële relatie is overeengekomen, binnen zes maanden na het kalenderjaar een jaaroverzicht ter beschikking wordt gesteld van de conform artikel 7.2.2 openbaar te maken c.q. openbaar gemaakte gegevens.
Duur van de openbaarmaking
7.2.7 De openbaarmaking conform artikel 7.2.2 en artikel 7.2.4 geldt voor een periode van 3 jaar. Na 3 jaar worden de gegevens door de beheerder van het centrale register verwijderd.